Schuilgelegenheden

Algemeen

De mensheid zoekt bij bedreigingen van oudsher natuurlijke schuilplaatsen op. Later verrijzen versterkte gebouwen om beschutting te bieden bij rampen en oorlogen. Op dit eeuwenoude thema wordt tijdens en na de Tweede Wereldoorlog verder gegaan. Naast schuilgelegenheden voor de bevolking zijn er natuurlijk ook bunkers en commandoposten gebouwd voor het bestuur en defensie. Een voorbeeld hiervan zijn de BB-commandoposten in Rijswijk en Grou, nu onderdeel van het MBB. Vanwege hun specifieke doel vallen ze buiten deze beschrijving.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog
Vóór en tijdens de Duitse bezetting zijn er veel schuilgelegenheden in Nederland gebouwd. Uiteindelijk is hierbij ook weer een eenvoudige bouweis terug te vinden, namelijk een afdoende bescherming voor een korte periode. Langer dan enkele uren verbleef men meestal niet in deze schuilgelegenheden.

De atoomdreiging heeft ook op gebied van schuilen het nodige teweeg gebracht en de bouw van schuilgelegenheden beïnvloed. Daarbij wordt er vanuit gegaan dat het verblijf in een schuilgelegenheid beduidend langer zal zijn, van enige dagen tot en week. Door de ongrijpbare radioactieve stof en -straling zijn diverse extra technische aanpassingen ontwikkeld.

Overheid opdrachtgeverDe overheid als bouwheer

Het uitgangspunt van het schuilgelegenheidbeleid is dat de bevolking in tijden van oorlog of ander gevaar haar bescherming in of in de directe omgeving van de eigen woning moet kunnen vinden. Hierbij wordt de aloude gedachte gehandhaafd, dat openbare schuilgelegenheden alleen daar moeten zijn waar grote groepen burgers op straat verblijven.

In het begin van de jaren vijftig worden plannen gemaakt door de overheid voor de bouw van schuilgelegenheden voor 100.000 personen. De gedachte is om gebruik te maken van kelders van bestaande gebouwen. Waar nodig dienen nieuwe schuilgelegenheden gebouwd te worden.

Een budget van vijf miljoen gulden wordt beschikbaar gesteld voor deze nieuwbouw. Vrij snel blijkt het budget niet toereikend en wordt minder nieuw gebouwd dan verwacht.

Op den duur wordt een andere manier van bouwen gevonden In de zogenaamde ‘combinatiebouw’. Door extra voorzieningen aan te brengen bij nieuwbouw kan deze tevens dienen als schuilgelegenheid. Op deze wijze hoopt men voordeliger uit te zijn. Diverse parkeergarages, metrostations en kelders worden op dergelijke wijze aangepast.

De oplevering van de geplande schuilgelegenheden loopt echter behoorlijke vertraging op door het wachten op de bouw van geschikte bouwwerken en de inpassing van de extra voorzieningen. Van de voorgenomen 576 schuilgelegenheden zijn er aan het einde van de Jaren vijftig niet meer dan een circa honderd gerealiseerd. Tussen 1950 en 1970 is “slechts” zeventien miljoen gulden aan het schuilgelegenheidbeleid uitgegeven.

Het aantal beschikbare plaatsen ligt rond 1970 amper boven de 100.000. De verdeling over Nederland is niet gelijkmatig, in Amsterdam kunnen 12.000 mensen schuilen in één van de vele schuilgelegenheden in de stad. De provincie Zeeland heeft 150 schuilplaatsen, terwijl Drenthe geen enkele heeft. Rotterdam met haar, nog te bouwen, metrostations komt nog het beste uit de bus met ongeveer 65.000 beschikbare plaatsen. Ondanks dat de bouw van schuilgelegenheden met moeite van de grond komt blijft de regering de noodzaak van het schuilgelegenheidbeleid ondersteunen. Het blijft onderdeel van de begroting en jaarlijks wordt budget beschikbaar gesteld voor het schuilgelegenheidbeleid.

ParticulierParticuliere bouw

Naast de taak van de overheid bij de bouw van schuilkelders komen er ook richtlijnen en wetten voor nieuwbouw. In 1955 wordt het Koninklijk Besluit “Schuilplaatsen bij bouw van woningen’ van kracht. Deze Wet bepaald dat binnen de gemeentelijke bouwverordeningen bepalingen en voorschriften moeten worden opgenomen voor het bouwen van gebouwen met twee of meer woningen. Plaats en grootte van een schuilgelegenheid binnen het gebouw worden daarin bepaald. De voorschriften gaan over het aantal en de plaats van nooduitgangen, over de dikte en samenstelling van de muren, over draagvloeren, bordessen en de afdekking van de bovenste bouwlaag.

Het schuilgelegenheidbeleid wordt ingehaald door de ontwikkelingen. De militaire veronderstelling geeft een indicatie al dat de bombardementen frequenter en zwaarder gaan worden. Het verblijf in de schuilgelegenheid zal langer duren en de effecten van een aanval verstrekkend. De groei van de bevolking neemt explosief toe en de mobiliteit van de bevolking groeit navenant Hierdoor dient het aantal beschikbare schuilplaatsen drastisch te worden bijgesteld.

De organisatie Bescherming Bevolking – B.B., verantwoordelijk voor o.a. de individuele zelfbescherming, prefereert een goede beschermingsmogelijkheid in eigen omgeving boven de vele openbare schuilgelegenheden. De B.B. geeft adviezen waarbij voornamelijk wordt gekeken naar bouwkundige voorzieningen en de mogelijkheden om het belangrijkste schadelijke gevolg van een stoomexplosie, de fall-out, besmetting, buiten te houden.

Model wonigModelwoningen

In het Koninklijke Besluit worden eengezinswoningen niet genoemd. De bewoners moeten zich zelf zien te redden, meestal binnenshuis. Sommigen besluiten in de tuin een eigen schuilkelder te bouwen. In de gemeente Dwingeloo wordt door een particulier een volwaardige schuilkelder voor 4 personen in de tuin gebouwd. Andere particulieren laten bij de nieuwbouw van hun woning een schuilkelder in het ontwerp opnemen. In de gemeente Roosendaal is onder twee bungalows op eigen kosten een technisch volwaardige schuilgelegenheden gebouwd.

De organisatie B.B. geeft echter wel voorlichting over de wijze waarop in een eengezinswoning een zekere bescherming is te realiseren. In diverse gemeenten in Nederland worden modelwoningen ingericht waar de bevolking kan zien hoe men met eenvoudige middelen een schuilgelegenheid in eigen huis kan inrichten. Meestal is de kelder hiervoor de aangewezen plaats.

Wanneer geen kelder aanwezig is. wordt vaak de keuken geschikt geacht om als schuilgelegenheid te dienen. Hiervoor moeten wel enige handelingen verricht worden:

  • Boven de keuken dient een 20 om. dikke zandlaag aangebracht te worden.
  • Tegen de buitenmuur dienen zandzakken gestapeld te worden ter dikte van 50 om. en in de gang moet d.m.v. zandzakken een sluis gecreëerd worden.
  • Met board dienen de ramen afgedekt te worden.
  • Kieren van ramen en deuren worden met plakband of dichtingpasta afgesloten.
  • Verder dienen in deze ruimte matrassen. dekens. noodtoìlet. noodverlichting, voedsel en water aanwezig te zijn.

Door modelwoningen te bezoeken kan de bevolking wennen aan dit idee en voorlichting krijgen van de organisatie B.B. over nut en mogelijkheden.
Deze woningen zijn o.a. opgezet in: Kollum, Hedel en Zevenhuizen. In Utrecht wordt zelfs een flatwoning ingericht als modelwoning.

Prefab schuilplaats 1Prefab schuilplaats 2

Prefab schuilplaatsen

De commercie stort zich begin zestigerjaren op de levering van complete particuliere schuilplaatsen. Diverse uitvoeringen van bovengrondse en ondergrondse modellen worden aangeboden. De firma Inter Scaldis uit Goes levert de “R.A.N. 0.8”, een betonnen buisconstructie met een luchtsluis, watertank, chemisch toilet en ruimte voor 8 personen. Voor de luchtbehandeling is een zandfilter met een membraampomp aanwezig. Dit model dient ingegraven te worden, maar niet iedereen beschikt over zo’n grote tuin.

Andere ontwerpen hebben een dubbele functie. Na het ingraven kan het bovenste gedeelte van de schuilkelder benut worden als zwembad.
Simpelere ontwerpen zouden met behulp van een eenvoudige golfplaat enige bescherming moeten kunnen bieden.

Metro stationBouwkundige exponenten

In de periode van 1950 – 1990 is uiteindelijk voor slechts 320.000 burgers een plaats gecreëerd in openbare schuilgelegenheden. Veel beschermde onderkomens bevinden zich in kelders van grote gebouwen. Deze vallen in het niet naast de bouwkundige oplossingen van de metrostations in Rotterdam en Amsterdam. De metrostations hebben een dubbelfunctie; doorvoer van de metroreiziger en schuilgelegenheid voor grotere groepen burgers (5000 10000) in een atoombestendige, gasdichte omgeving. De vele specifieke oplossingen van gasdeuren, sluizen, sanitair en luchtbehandeling dwingen respect af. Voorbeelden zijn de Noordertunnel in Utrecht, het metrostation Wibaut in Amsterdam en metrostation Dijkzigt te Rotterdam (5000 pers).

Minder complex maar ook voorzien van diverse ingenieuze oplossingen zijn in Nederland diverse parkeergarages met een dubbelfunctie. Belangrijke voorbeelden zijn de parkeergarage “De Brinkhof” te Apeldoorn (7000 pers.) en de parkeergarage in Middelburg. Bijzonder is ook het teruggrijpen naar eeuwenoude locaties die al vele malen gebruikt zijn als schuilgelegenheid. Limburg heeft op dit gebied twee markante voorbeelden. Maastricht beschikt over kazematten, een kilometerlang stelsel van tunnels onder de stad waarin een fall-out schuilgelegenheid is aangebracht Daarnaast bieden mergelgangen reeds eeuwen bescherming aan de burgers. In de mergelgangen van Valkenburg is een volwaardige fall-out schuilgelegenheid ingericht voor 2500 personen.

Samensteller Hans Jacobs Juni 2016 MBB.
Geraadpleegde bronnen:

Titel Auteur / organisatie Versie / datum
Noordertunnel: een tunnel met dubbele functie Mark Witte NCCB 16 april 2010
Gidsenhandleiding MBB Rijswijk Raphael Smid MBB V5.0 maart 2016
De Russen komen Mark Traa 2009
Atoomgevaar? Dan zeker de B.B. Bart van der Boom 2000
Schuilstad Koos Bosma 2006
Wikipedia N.N N.V.T.