Civiele Verdediging

MBB logo

De Civiele Verdedigingsvoorbereiding in Nederland
(Uitgave: Afdeling Voorlichting ministerie van Binnenlandse Zaken Mei 1979)

Wat is “Civiele Verdediging”?
Civiele Verdediging (CV) is een geheel van niet-militaire maatregelen die gericht zijn op het voortzetten en in stand houden van de samenleving in geval van oorlog of omstandigheden die daarmee verband houden.

Misverstanden
Civiele Verdediging is een begrip dat aanleiding geeft tot hardnekkige misverstanden. Een voorbeeld: vele mensen denken dat het een militaire aangelegenheid is. Een onjuiste gedachte. Civiele verdediging – de naam zegt het eigenlijk al – is een zaak van en voor de burger, een werk met een duidelijk humanitair karakter.

Een ander misverstand: civiele verdediging is hetzelfde als de organisatie Bescherming Bevolking (B.B.). Echter de Bescherming Bevolking is een onderdeel – een zeer belangrijk onderdeel – van de civiele verdediging.

Moeilijk begrip
De taak van de civiele verdediging is – in tijd van vrede – het voorbereiden van een aantal maatregelen en voorzieningen, om er in benarde tijden gebruik van te maken. Doel daarvan: de instandhouding van de samenleving in zo’n moeilijke tijd. Die samenleving is buitengewoon ingewikkeld met al haar sociale, politieke en economische problemen. Daarom vraagt die instandhouding de voorbereiding van een serie omvangrijke maatregelen. En dat is juist zo moeilijk in ons land. Bij vele Nederlanders bestaat (een wel begrijpelijke) weerstand om hierover te praten en ook om erover na te denken. Wie wil in een tijd van vrede en welvaart stil staan bij het treffen van voorzieningen voor iets waarvan men hartgrondig hoopt dat het nooit zal gebeuren? En toch zullen die voorbereidingen getroffen moeten worden!

Regeringsbeleid 1979
Het beleid voor civiel verdediging is weergegeven in de nota Civiele Verdediging 1974. Hierin staat dat het noodzakelijk is blijvend aandacht te schenken aan de voorbereiding van de civiele verdediging. De nota geeft verder aan hoe de uitbouw van de civiele verdediging zal moeten geschieden. Een aantal projecten zal in de komende twintig jaar met voorrang moeten worden uitgevoerd. Enkele in de nota genoemde voorbeelden zijn: havenvoorzieningen, de aanschaf van uitrusting voor mobiele chirurgische teams, het bouwen van schuilgelegenheden en het aanschaffen van materiaal voor het blussen van branden, het redden van mensen en het verschaffen van geneeskundige hulp. De regering is van mening dat – ondanks het streven naar matiging van de rijksuitgaven – de mogelijkheid tot uitvoering van deze projecten, aangepast aan nieuwe inzichten, op een enigszins redelijk peil moet worden voortgezet.

Staf voor de Civiele Verdediging
Een afzonderlijke organisatie voor de civiele verdediging bestaat er niet in ons land. Alle overheidsorganen met elkaar, het bedrijfsleven en particuliere organisaties en instellingen zorgen voor de civiele verdedigingsvoorbereidingen. Daarbij hebben de rijksoverheden, de provincies, de gemeenten en het bedrijfsleven ieder een eigen taak. De coördinatie berust bij de minister van Binnenlandse Zaken. De werkzaamheden zijn opgedragen aan de Staf voor de Civiele Verdediging.

Overlevingskansen
Alle voorbereidingen die worden getroffen zijn nodig om de overlevingskansen – van ons allemaal – zo groot mogelijk te maken. Men moet er daarbij op bedacht zijn wat de burgerbevolking in buitengewone omstandigheden allemaal kan overkomen. Op grond van deze gedachtegang kan men prioriteiten stellen. We staan vrij machteloos als er op uitgebreide schaal nucleaire wapens worden gebruikt. Maar tegen bepaalde vormen van agressie kunnen we ons wél beschermen. En bij een oorlog die voornamelijk met conventionele wapens wordt gevoerd kan er op het gebied van de civiele verdediging wel degelijk veel gedaan worden.

Bij het treffen van civiele verdedigingsvoorbereidingen gaat men er van uit, dat elk maatschappelijk bestel beschikt over krachten, die ‘iets’ kunnen afweren of incasseren. Zoals de mens van nature beschikt over afweerkrachten tegen ziektekiemen, zo beschikt de maatschappij in het dagelijks leven over ‘natuurlijke’ middelen om ongemakken en rampen te bestrijden. Middelen zoals politie, brandweer, geneeskundige diensten en waterschappen, om zich te verweren tegen wanorde, misdaad, brand, ongevallen, wateroverlast en dergelijke. Bij calamiteiten in vredestijd wordt overigens vaak om materiële en personele steun gevraagd aan de krijgsmacht. Een organisatie die eveneens, maar in beperkte mate, bij calamiteiten in staat van paraatheid kan worden gebracht is de Bescherming Bevolking.

Bescherming Bevolking – B.B.
De B.B. wordt zonodig en indien mogelijk ook in vredestijd ingeschakeld bij ongevallen en rampen, als met de bestrijding ervan langere tijd gemoeid is. De B.B. bestaat namelijk in grote meerderheid uit personen die een normale functie in het maatschappelijk leven vervullen en slechts na mobilisatie beschikbaar zijn. De B.B. is een burgerlijke organisatie en staat onder bestuurlijke gezagsdragers, waaronder in eerste instantie de burgemeesters. De gemeenten in ons land zijn – met uitzondering van Amsterdam, Dordrecht en Texel – in onderlinge verbanden, Kringen genaamd, ondergebracht. Ons land telt thans drieënveertig kringen en drie zelfstandige gemeenten.

Zelfbescherming en schuilgelegenheden
Als er oorlogsgevaar dreigt zal de overheid aanwijzingen geven voor de individuele zelfbescherming, de manier dus waarop elke burger zichzelf het beste in eigen huis kan beschermen.

Het belangrijkste is natuurlijk de mogelijkheid tot schuilen. Sedert 1968 is bij nieuwbouw van etagewoningen hierin voorzien door in de onderbouw een schuilgelegenheid te bouwen. Zij, die geen bescherming in of nabij hun woning kunnen vinden, zijn aangewezen op openbare schuilgelegenheden. In een aantal grote bouwwerken, zoals parkeergarages en metrostations, zijn extra schuilvoorzieningen getroffen. Ook andere grote gebouwen kunnen daarvoor geschikt worden gemaakt.

Bedrijfszelfbescherming
Bij calamiteiten in oorlogstijd, moet de BZB (bedrijfszelfbescherming) voorzieningen treffen voor de bescherming van het aanwezige personeel. Onder de werknemers van het bedrijf worden daartoe vrijwilligers geworven. Zij vormen dan één of meer ploegen voor brandbestrijding, redding en eerste hulp, na daarvoor opgeleid en door oefening op hun taak voorbereid te zijn.

Vervoer te land, ter zee en in de lucht
In oorlogsomstandigheden zal het vervoer te land, ter zee en in de lucht zo goed mogelijk in stand worden gehouden. De beschikbare vervoermiddelen moeten zo doelmatig mogelijk gebruikt worden. De treinen zullen zo lang mogelijk moeten blijven rijden.

Grote voorraden noodzakelijke herstelmaterialen zijn gevormd en verspreid opgeslagen, evenals een aantal mobile noodaggregaten.

Onze zeehavens zijn uiteraard kwetsbaar. Indien nodig zullen er noodankerplaatsen worden ingericht. De voorbereidingen die door de zeescheepvaart zijn gemaakt, dragen een internationaal karakter. Er komt dan een gemeenschappelijke ‘pool’ van het grootste gedeelte van de nationale koopvaardijvloten van de NAVO-landen.

Water: vriend en vijand
Het water is altijd zowel onze vriend als vijand geweest. Rijkswaterstaat zorgt onder normale omstandigheden dat de Nederlandse bevolking beschermd wordt tegen het water.

De civiele verdedigingsvoorbereiding in deze sector richt zich op die dreigingen, waar de normale waterstaatzorg niet in voorziet. Daarom zijn er reeds in vredestijd maatregelen getroffen om de gevolgen te voorkomen, te beperken en te bestrijden, die ontstaan kunnen na beschadiging en belemmeringen in het gebruik van waterstaatwerken door oorlogshandelingen.

Goederen- en energievoorziening
Ons land is voor zijn goederenvoorziening voor en groot deel afhankelijk van de aanvoer van grondstoffen van overzee. Als die aanvoer geheel of gedeeltelijk stagneert, zullen er maatregelen moeten worden getroffen om het verbruik van grondstoffen aan banden te leggen. Die beperkingen zullen niet alleen betrekking hebben op het verbruik van producten, maar ook op het energieverbruik.

Dit betekent: distributiemaatregelen.
Voor de verdeling van grondstoffen, halffabrikaten en eindproducten voor de industrie, handel en eindverbruikers zullen rijksbureaus worden opgericht.

Voedselproductie en voedselvoorziening
Ook in benarde tijden zal ons land een voldoende voedselproductie proberen te handhaven. Dat vereist dan vele maatregelen, ook in internationaal verband.

Voorzieningen voor rampsituaties zijn er ook: noodvoorraden biscuits en zuigelingenvoedsel en noodkeukens voor de bereiding van warme maaltijden zijn beschikbaar. Voor een billijke verdeling van consumentengoederen over de bevolking zullen distributiekantoren onder leiding van een Centraal Rantsoenerings Bureau gaan functioneren.

Gezondheidszorg
Helaas zal er onder oorlogsomstandigheden rekening moeten worden gehouden met grote aantallen gewonden. Met de ziekenhuizen is overeengekomen, dat in buitengewone omstandigheden de helft van de nu beschikbare 70.000 bedden in Nederland zal worden vrijgemaakt. De ziekenhuiscapaciteit zal dan nog verder worden uitgebreid met 20.000 bedden met alle toebehoren en bijbehorende medische hulpmiddelen. Voor de nabehandeling zal de opnamecapaciteit van 170 verpleeghuizen en dergelijke worden uitgebreid door het bijplaatsen van ca. 7000 bedden met toebehoren. Ten slotte is er nog het noodbeddenplan met 30.000 bedden voor het opnemen van oorlogsslachtoffers voor wie opname en behandeling in ziekenhuizen onder de heersende omstandigheden nog niet mogelijk is. Verder zijn er nog een aantal andere maatregelen getroffen op dit terrein: hospitalisatiestreekplannen, de inzet van geneeskundigen en chirurgen, de bestrijding van besmettelijke ziekten, de drinkwatervoorziening enzovoort.

Ten slotte
Er zijn nog veel meer civiele verdedigingsvoorbereidingen in ons land op te noemen.

Laten we goed beseffen dat al die voorbereidingen alleen worden getroffen om onze samenleving in stand te houden. Wij moeten ons voorbereiden op eventuele benarde tijden. Civiele Verdediging is ten slotte een zaak om het leven te behouden in tijden van rampspoed.

Uitgave

Afdeling Voorlichting ministerie van Binnenlandse Zaken

Mei 1979